Histologie

Op de afdeling histologie worden bij patiënten verkregen weefselstukjes, variërend van biopten van 0,1cm tot volledige organen, verwerkt tot dunne snedes die door de patholoog onder de microscoop kunnen worden bekeken, om zo afwijkingen in weefselopbouw en cellen te kunnen diagnosticeren. De meeste van deze processen zijn gestandaardiseerd en worden volgens strenge kwaliteitseisen uitgevoerd.

 

Van materiaalafname tot conclusie

Materiaal dat bij een patiënt is weggenomen (poliklinisch of chirurgisch) wordt via verschillende kanalen naar het laboratorium ASZ Campus Aalst gebracht. Hier wordt het voorzien van een uniek nummer en geregistreerd. Het histologisch materiaal (histologie=weefselleer) wordt gefixeerd in formol (weefselstructuren vastleggen) en macroscopisch bekeken en beschreven. Daarna worden er van de weefsels essentiële stukjes uitgenomen welke verder verwerkt worden. Het verwerkingsproces geschiedt met een zogenaamde “tissue processor” (tissue=weefsel). Deze tissue processor impregneert de weefsels met verschillende vloeistoffen (alcoholen en paraffine) om een optimale fixatie, impregnatie en snijdbaarheid van het weefsel te verkrijgen. Na dit proces wordt er een blokje verkregen van paraffine waar het weefsel inzit. Gemiddeld worden er dagelijks 150 à 200 van deze paraffine blokjes verwerkt. Van deze weefselblokjes worden snedes gemaakt van ca. 4 µm, ofwel vierduizendste millimeter, dik.

 

Door deze snedes op glaasjes te monteren en daarna te kleuren, kan het weefsel door een patholoog bekeken worden onder een lichtmicroscoop. De hematoxyline-eosine (HE) standaardkleuring kleurt de kernen blauw en het cytoplasma rozig. Als de patholoog uit de coupes onvoldoende informatie kan halen om een goede, betrouwbare diagnose te stellen kan hij of zij, afhankelijk van de vraagstelling en microscopische bevindingen, speciale immuunhistochemische kleuringen of moleculaire analyses aanvragen welke door de laboranten worden uitgevoerd. Hiermee kan een uiteenlopende reeks van cel- en weefselonderdelen worden aangetoond, om zo tot een goede diagnose voor de patiënt te komen. Histochemische kleuringen om bepaalde micro organismen op te sporen, bv. Schimmels, Candida, mycobacteriae, kunnen ook worden uitgevoerd.

 

Direct immunofluorescentie onderzoek (DIF) op niet gefixeerde huidbiopten, wordt ook in het labo uitgevoerd. Deze techniek gebruikt de specifieke binding van antilichamen aan hun antigenen (immunohistochemische techniek) om fluoroforen in de cel met de lichtmicroscoop te visualiseren. De verdeling van deze fluoroforen, laat toe bepaalde diagnoses te verfijnen bij bv. blaarziekten of vasculitis.

 

De beschrijvingen van het patiëntenmateriaal, zowel de macroscopische (beschrijving van het weefsel), de microscopische (bevindingen verkregen door microscopie), alsmede de conclusie (diagnose) worden via een spraakherkenning systeem verwerkt, zodat een volledig verslag naar de desbetreffende arts(en) kan worden verstuurd. Het protocol wordt zowel analoog als digitaal verstuurd.